Monday, March 01, 2010

Picture this, with words



.




.




.







.

without hardness
without harshness
without stones, without all the love
and hate, without death or birth
without knowledge of life
without love I stole

I wouldn’t be aware
I couldn’t feel

the softness and the sweetness
of the hardness, the harshness of the stones
of the love I hate, of death and birth
the knowledge of evergrowing pains

my soul




.




.





Monday, February 22, 2010

Schaatsen met Hein

.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.






.
.

En toen was er plotseling niemand meer
als na de begrafenis van je laatste next of kin
Om je vast te houden of los te laten, zet je, geef je, geef je me
een zetje op het ijs. De eerste stap, van de laatste op weg
op een weg die je dramatischer hebt gemaakt
dan dat hij in werkelijkheid is. Zuchten helpt
nu niet meer. Je hand is losgelaten en je glijdt
weg, de wind in je rug helpt je vooruit

het wak achter je latend
.
.
.
.
.
~

Thursday, February 18, 2010

Voor een requiem op de vlucht

.
.
.


Toen ik haar een duwtje gaf
en ze plotseling iets verder omlaag
donderde dan gedacht

had ik niet alleen het nakijken;
Het uitzicht dat tevoorschijn kwam
was hetzelfde als dat van de man met die stok

die hem toch bovenop de top had gebracht
.
.
.
.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Caspar David Friedrich
Wanderer above the sea of fog


Friday, February 12, 2010

Seizoenen gedogen


.
.
.


Dooi komt nooit
na de zonde of de zomer
en het geweten van de herfst
dat is ze niet

Laarzen stampen ijs kapot
maar geen vrouw noch vissen
die je ziet

Waar water welt
zou leven moeten zijn
kronkel-kolven deinen tegemoet
roodbottend leven tussen spelonken van basalt

de echo van hetzelfde lied

.
.
.

~

Friday, January 29, 2010

Dragen


.
.
Voordat ze viel
was ze al geweest

Hij zag haar heel even
- in het voorbijgaan - schudde ze
het nodige van zich af, voordat
ze terecht kwam, voor
ze het wist

gevangen

tegen haar zin vereeuwigd

Beiden een. Liggend in de ander
een en al rust. Alleen de schraag
herinnerde zich later
deze winter

Maar toen waren allen
al weer ver weg


.
.

Friday, January 15, 2010

Winterkost III

.

Toen er gedichten meer geschreven
dan gelezen werden en het vuur met moeite
sintels in een verkoolde hand genomen het laatste vlees
brandmerkte met uitgeharde woorden, ja, toen
werd het zaak de rivier te lezen, die daar
in een winter sinds heugenis onbevroren
onbekender dan een boek, minder nog
dan een bijbel, plotsklaps hard
te wezen lag;

toen ook de zon nog onder ging
de maan zich achter vliedende wolken verschool

toen
bleek steen
meer dan hart
water minder snood
houdt minder dan kool
en zwart snedig rood
.
.
.
.
.

.
.
.
.
.
.
.
.


.
.

~

Wednesday, January 13, 2010

Sunday, January 03, 2010

Winterkost

.
.
Het struint, het rooft
het spoort onzichtbaar
totdat ze herkenning achterlaat
Ze trekt haar pelsvacht wat strakker
om zich heen en snuift links of rechts, verval
bevroren op haar pad. Morgen zal ik ...

’s Ochtends is het aas vertrokken en
ratelen spatels de dood
in de pot

.

.

.

.
~

Friday, December 25, 2009

Onda




Maak maar
un giornata aan zee
met schreeuwende mensen
en kinderen die scheppend hun wereld creëren

Waarin jouw grote vriend de hoofdrol opeisend
ten onder gaat. Een maakbaar gebaar van pianissimo
naar grandeur van ongrijpbare akkoorden, golven – de
dissonanten omarmen morgen vast
mijn jazz

Een verde milonga dansend
rond een plek geronnen bloed

Geluk zonder naam
rijst morgen rood de zon

.

.

.

~

Sunday, December 13, 2009

Boomblues, of Leven in verkeerde tijd

.
.
.
Hij staat er weer
van voor het raam naar
er achter. Stervend binnengedrongen
met zijn dreinende takken vol verlichting
waar niet bij te lezen valt. Natuur

die de kluit belazert, protserig versierd
en aan zijn namaakvoeten lukt het maar niet
kind noch kat noch kraai te kruisigen

Ach, leefde ik maar in het tijdperk van de wolharige mammoet
of tezamen met wat protozoïsche eukaryoten
dan kon ik rond het laatste uur van het eerste grote uitsterven
mijn eigen god en wederopstanding kiezen

Nu krab ik morgenochtend de moskorst uit mijn ogen
en vraag mij af welke zin
groeien heeft



.
.
.





~

Saturday, October 24, 2009

Visser, of Het lieve na-jagen



Misschien kunnen wij slechts
de liefde die we zien
voort – durend

waarmee we ons verrijken – vergaren
met gereedschap, toebehoren dat
we niet weten te gebruiken

verklaren door de liefde die we niet begrijpen
waarvan we denken haar te bezitten
kronkelend als in palingfuiken

zoals het spinnenweb onder ochtenddauw
in de eerste zonnestraal haar kleverigheid verloren
geen dagpauwoog nog doet struikelen

zo
laten we haar vieren
en verjaren

.
.

.

.

.

.

.

.

.

foto onbekend

Friday, October 16, 2009

Springbaar





Het water stroomt
in en uit, uit en in

basalt ligt rotsvast aan zijn voeten
zich schrap zettend tegen golven
waaronder dode stronken deinen

In het grijze water wijzen resten van lentes naar elkaar
als in een open familiegraf zichtbaar, drijft water
boven onder, onder boven

springbaar
.
.
.

Saturday, October 10, 2009

Kruisteken der traagheid

(of: from Bill Viola’s Lovers to Emergence)

.



Strijdend in water

vergelijkend elkaar, glijdend in kracht

wijkend naar eerder, verzettend tegen kolkend schuim

blijven overeind, grijpen, houden eender wie vast

uiteindelijk het boven oppervlakte

onderspit delvend



Afgenomen rakend – afgelegd – later

opgedoken, neergelegd in troost

der meervoudig

mededogen


.


.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.



( video-still from Emergence, Bill Viola )

Wednesday, September 23, 2009

Betonzon

.
.


.


Ze
de schoot
verborgen in een lach, een traan
morgen weer een dag, zei ze, dacht
ze. Zo verglijdt wat ze vermag, wordt
vermoogt tot kracht. Dan

hij
de hoek om
tenen lezend, knieën
strelende rimpels boven ogen die dringend
gestreken dienen te worden, dwingend klinkende
kerkklokken die een uur slaan, onbekend welk

Waarna god los gaat, de geest
niet meer vrijblijvend met de vuisten
op de tafel staat; gilt pijn, het gif, de melancholie
minachtend het volk op de vlucht
laat de krengen achter

in de vale betonzon
stallen bleek zingende kringen op het asfalt
branden – de afdruk in de hare last
snijdend de zijne. Ervoor

wachten zij
ze

Halt!

wie verloot
zijn ziel


.


.



Thursday, September 10, 2009

Writer's block


Ik behoor niet tot de mensen
wie gevraagd wordt: schrijf
Toch schrijf ik, ongevraagd
en ongelezen, voor zolang het duurt

en de fles vol is en de ziel zwaar
van halleluja's en verdommenissen
terwijl de tekens op het scherm
onherkenbare vormen aannemen

betekenissen toegekend aan en door
slechts diegenen die er weet van hebben
passanten noemen zij zich zelf, een hiëroglyfisch
schrift zonder steen van Rosetta, zichzelf over het graf trekkend







~

Thursday, August 20, 2009

IJle landberichten

.

.




zijn een verlangen naar het zien
van de brief op de deurmat, jaren na
verzending zijn afzender tonend, ondersteboven
afkomstig van een andere wereld die koud herkenbaar
veranderd is. Hij scheurt, nee

ik scheur hem niet meer open
de inhoud maar al te bekend, het staren
staat het lezen in de weg, hoont de kleuren bijeen
tot een regenboog in zwart-wit. Retour afzender, haar
lichte gedachten er achteraan, drijvend over een kalme zee

die een andere is dan de zee van het hangen boven de wilde golven
door silhouetten van meeuwen duikend naar de schapen die tussen wier
en zeekraal tot kaas en bout vermalen worden. Het scherpe zout in zijn ogen
maakt hem blind van vertrouwen. Maar zeg eens: jouw woorden -
zijn woorden, geef hen toch het verlangde verhaal mee


.


.

.

.

.

photo: Schrikkeltijd

Friday, July 10, 2009

De grote hoop, of Phoenissimonicarus

.
.
.

Toen er sprake bleek
van een algehele boycot

duurde het even

voordat het tot hem doordrong
dat het zo goed was

Afgesproken werk
fair trade of handje-klap
dat kaf van koren scheidt

zijn nering in de as
langs een omweg het
volgende bestaan gegeven

zocht hij nog zijn beide vleugels in
de resten van het uitgebluste vuur
en het weggelopen water

Rust nu uit op een pyloon van zurigheid
waarrond de duivel op even
zo vele hopen schijt



.
.
.

~

Friday, July 03, 2009

Tussen basalt en grind

.
.



Zwak zwalkt hij langs een zware oever
grof gruis dat nog aan geen scholekstertje
een enkele kokkel wenst over te geven

Zijn evenwicht verzettend
knakt zijn enkel bij het uitstappen
of was het instappen? Spalkt hem even

met een wilgenloot, die pats!
wortel schiet. Morsdood verwordt
tot een ijzeren kruis

.

.











~

Monday, June 22, 2009

Prehistorie I





















.
Prehistorie I
.
.

Mijn muze houdt niet van gedichten
liever vliegt ze rond
boven glooiend oerbos
ooit bestaand

verstorven rimpels
in een wonderschoon gezicht
zich afvragend - wie
ben ik toch

in glanzend ochtendlicht

waar roedels wolven huilend jagen
op nooit geboren prooien, en ik de houthakker
zich af vraagt welke boom
hij aanstonds vellen zal






~
zomer 2003 (licht gewijzigd juni 2009)

Oorsprong, of Prehistorie III

.
.
.

Oervorm schuifelend over bodems van verweesde zeeën
niet vermoedend hoe tot onsterfelijkheid te raken
kruipt de trilobiet in het licht van dezelfde maan
als waaronder de dichter hem
tot leven wekt

Met verstand nog kleiner dan de kleinste korrel zand
leeft hij zijn oerbestaan in Cassiopeia’s stralen
en vertelt verhalen verder reikend
dan het spoor dat hij
bij leven trekt

Wat is verlangen meer
dan te willen zijn
waar hij is

geweest
.
.


....

mei 2004